| Inleiding
Kinderrechten worden beschermd door een brede waaier van instrumenten, die zowel mensenrechten als regelgeving in verband met vluchtelingen en humanitair recht omvatten. De algemene mensenrechtenverdragen zijn ook op kinderen van toepassing. Er bestaan bovendien een aantal specifieke verdragen voor deze kwetsbare leeftijdsgroep. De achterliggende gedachte is dat gezonde en kansrijke kinderen bijdragen aan de welvaart van de hele samenleving.
Het overkoepelend raamwerk voor kinderrechten is het Verdrag inzake de Rechten van het Kind dat in 1989 door de Verenigde Naties werd goedgekeurd. Dit was het eerste verdrag dat kinderrechten centraal stelde en een belangrijke stap in de richting van een systeem dat de overheid aansprakelijk stelt wanneer de basisnoden van kinderen niet vervuld worden. Het verdrag beschouwt kinderen als de dragers van rechten en verantwoordelijkheden eigen aan hun leeftijd en niet als het eigendom van hun ouders of de hulpeloze ontvangers van liefdadigheid.
Kinderrechten beslaan de vier belangrijkste aspecten van een kinderleven: het recht om te overleven, het recht om zich te ontwikkelen, het recht om beschermd te worden en het recht om te participeren.
De definitie van 'een kind'
Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind beschouwt iedereen onder de achttien jaar als een kind, behalve als de nationale wetgeving een lagere meerderjarigheidsgrens trekt. Het verdrag benadrukt wel dat afwijkingen van de regel in overeenstemming moeten zijn met de geest van het verdrag en dus niet gebruikt mogen worden om de rechten van een kind te ondermijnen.
Er staan in het verdrag geen definities van andere termen die gebruikt worden om jonge mensen te beschrijven, zoals 'adolescenten", 'tieners' of 'jongeren". Sommige organisaties gebruiken informele definities om hun werk te vergemakkelijken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) hanteert bijvoorbeeld de volgende indeling: 'adolescenten' zijn personen tussen 10 en 19 jaar, 'jonge mensen" zitten in de leeftijdscategorie tussen 10 en 24 jaar en met 'jongeren' worden personen tussen 15 en 24 jaar bedoeld.
In de spreektaal wordt het woord 'kinderen" gewoonlijk gebruikt om kleine kinderen aan te duiden, vooral dan diegene jonger dan tien jaar. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind doelt echter op alle kinderen. Ook adolescenten vallen dus onder de bepalingen van het verdrag. Het kan zijn dat bepaalde artikels relevanter zijn voor kleine kinderen (bv. het recht om te overleven), terwijl andere eerder van toepassing zijn op oudere kinderen (bv. de bescherming tegen seksuele uitbuiting en militaire rekrutering).
- Rechten die op het spel staan
Kinderrechten bestrijken elk aspect van het leven van kinderen en adolescenten en kunnen onderverdeeld worden in de volgende hoofdcategorieën:
Overlevingsrechten: het recht op leven en de vervulling van de basisbehoeften (bv. toereikende levenstandaard, voedsel, medische behandeling, onderdak). Ontwikkelingsrechten: rechten die ertoe bijdragen dat kinderen hun capaciteiten ten volle kunnen benutten (bv. onderwijs, spel en vrije tijd, culturele activiteiten, toegang tot informatie en vrijheid van denken, geweten en religie). Participatierechten: rechten die kinderen en adolescenten in staat stellen een actieve rol te spelen in hun gemeenschap (bv. vrijheid van meningsuiting, deelname in beslissingen over hun eigen leven, vrijheid om lid te worden van verenigingen). Beschermingsrechten: rechten die kinderen en adolescenten beschermen tegen elke vorm van misbruik, verwaarlozing en uitbuiting (vb. speciale zorg voor kinderen van vluchtelingen; bescherming tegen gewapende conflicten, kinderarbeid, seksuele uitbuiting, marteling en drugsmisbruik).
Specifieke problemen
Kinderarbeid Om talrijke redenen werken kinderen onder verschillende culturele, sociale en economische omstandigheden. Of werk bestempeld kan worden als uitbuitend hangt af van verschillende factoren. Er moet onder meer rekening gehouden worden met het werk zelf, de werkomgeving, de aanwezigheid van bepaalde veiligheidsrisico's, de voordelen van het werk en de verhouding tussen werknemer en werkgever. Ook het geslacht speelt een rol, aangezien jongens en meisjes blootgesteld kunnen worden aan verschillende vormen van uitbuitende arbeid. Het is tevens belangrijk te overwegen hoe het werk ingrijpt op het recht van het kind op onderwijs. Sommige vormen van kinderarbeid worden duidelijk beschouwd als schadelijk voor de gezondheid van het kind. Zo horen seksuele uitbuiting en militaire rekrutering bijvoorbeeld tot de "ergste” soort van kinderarbeid.
Seksuele uitbuiting Kinderen en adolescenten zijn op dit vlak uitermate kwetsbaar omdat ze afhankelijk zijn van anderen en zich moeilijk kunnen verdedigen. Seksueel misbruik en seksuele uitbuiting kunnen verschillende vormen aannemen, waaronder verkrachting, commerciële seksuele uitbuiting en misbruik in eigen huis. Seksuele uitbuiting heeft verstrekkende fysische en psychische gevolgen voor het kind. Geschat wordt dat ongeveer 1 miljoen kinderen (vooral meisjes, maar ook een aanzienlijk aantal jongens) jaarlijks terecht komen in de lucratieve handel in seks.
Militaire rekrutering Ongeveer 300 000 kinderen en adolescenten zijn betrokken bij gewapende conflicten en worden vaak gedwongen om extreme daden van geweld te plegen. Kinderen hebben recht op specifieke bescherming bij dergelijke conflictsituaties.
Rechtspleging voor jongeren Kinderen en adolescenten die worden vastgehouden voor misdaden kunnen het slachtoffer worden van onwettige opsluiting, foltering, of onmenselijke en vernederende behandeling. Hun recht op een eerlijk proces kan miskend worden, of ze kunnen straffen krijgen die hun welzijn schaden en hun reïntegratie in de maatschappij bemoeilijken. Bij de rechtspleging moet steeds voldoende aandacht geschonken worden aan de belangen van het kind.
Belangrijke principes
Bij de toepassing van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind moet steeds rekening worden gehouden met drie belangrijke principes:
De belangen van het kind In alle beslissingen van publieke of private welzijnsorganisaties, rechtbanken, administratieve overheden of wetgevende organen over kinderen staan de belangen van het kind centraal.
Niet-discriminatie De rechten van het kind worden gevrijwaard, zonder enige vorm van discriminatie. Het ras van de ouders of de voogd van het kind, het geslacht, de taal, de religie, de politieke of andere overtuiging, de nationaliteit, de etnische of sociale afkomst, eigendom, handicap, status of kaste mogen daarin geen rol spelen.
Participatie Kinderen die zich een eigen mening kunnen vormen, mogen die mening vrij naar voor brengen over alle zaken die voor hen van belang zijn. De leeftijd en de volwassenheid van het kind bepalen in hoeverre met zijn of haar mening rekening moet worden gehouden.
Het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF)
Het United Nations International Children"s Emergency Fund (UNICEF) werd in 1946 opgericht om Europese kinderen te helpen na het einde van de Tweede Wereldoorlog. In 1953 werd UNICEF een permanent onderdeel van de Verenigde Naties, met als opdracht kinderen in ontwikkelingslanden uit de armoede te helpen. De naam van de organisatie werd verkort tot het United Nations Children's Fund, maar het letterwoord UNICEF werd behouden.
UNICEF waakt erover dat kinderen de zorg en stimulering krijgen die ze tijdens de eerste jaren van hun leven nodig hebben en moedigt families aan zowel jongens als meisjes onderwijs te laten volgen. De organisatie streeft ernaar kindersterfte en -ziekte terug te dringen en kinderen die worden getroffen door oorlog of natuurrampen te beschermen. UNICEF steunt wereldwijd adolescenten bij het maken van geïnformeerde beslissingen over hun leven en bouwt mee aan een wereld waarin kinderen een veilig en waardig bestaan kunnen leiden.
UNICEF werkt samen met nationale overheden, ngo"s (niet-gouvernementele organisaties), andere agentschappen van de Verenigde Naties en partners uit de private sector om kinderen en hun rechten te beschermen door diensten en goederen te leveren en de belangen van kinderen voorop te plaatsen bij de vormgeving van politieke agenda's en budgetten.
Internationale en regionale instrumenten voor bescherming en promotie
Instrumenten van internationaal recht bestaan onder de vorm van verdragen (ook overeenkomst, conventie, of protocol genoemd), bindend voor de staten die deze overeenkomsten afsluiten. Na het afronden van de onderhandelingen wordt de verdragtekst voor echt en definitief opgemaakt en door de vertegenwoordigers van de staten ondertekend. Een staat kan zich op verscheidene manieren verbinden tot de toepassing van een verdrag. De meest gangbare manieren zijn de ratificatie of de toetreding. Een nieuw verdrag wordt geratificeerd door de staten die bij de onderhandelingen erover waren betrokken. Een staat die niet heeft deelgenomen aan de onderhandelingen kan op een latere datum nog tot het verdrag toetreden. Het verdrag wordt van kracht of wordt geldend zodra een vooraf bepaald aantal staten het verdrag hebben geratificeerd of er tot zijn toegetreden.
Bij het ratificeren van of het toetreden tot een verdrag kan een staat voorbehoud maken met betrekking tot één of meerdere artikelen van het verdrag, tenzij het verdrag elk voorbehoud uitsluit. Dit voorbehoud kan doorgaans op elk ogenblik worden ingetrokken. In sommige landen hebben internationale verdragen voorrang op de nationale wetten, in andere landen is er mogelijk een specifieke wet vereist, welke aan een internationaal geratificeerd verdrag kracht van nationale wetgeving toekent. Praktisch alle staten die een internationaal verdrag hebben geratificeerd of er tot zijn toegetreden moeten decreten uitvaardigen, bestaande wetten aanpassen of nieuwe wetgeving invoeren om het verdrag op het eigen grondgebied zijn volle toepassing te waarborgen.
De bindende verdragen kunnen worden aangewend om regeringen ertoe te verplichten de verdragsbepalingen van belang voor het recht op familie te eerbiedigen De niet-bindende instrumenten zoals verklaringen en resoluties, kunnen in relevante situaties worden gebruikt om druk uit te oefenen op regeringen door mogelijke blootstelling aan negatieve publiciteit ; regeringen, gevoelig voor hun internationaal imago, passen als gevolg hiervan mogelijk hun beleidsvorming aan.
Vele internationale verdragen hebben een mechanisme om de implementatie van het verdrag te controleren.
Volgende internationale en regionale instrumenten beschermen en bevorderen de rechten van kinderen en jongeren:
VERENIGDE NATIES
Verdrag inzake de Rechten van het Kind
De allereerste verbintenis met betrekking tot kinderrechten was de Verklaring van de Rechten van het Kind, ook bekend als de Verklaring van Genève, die de Volkenbond in 1924 aannam. De verklaring van Genève werd vervolgens bijgewerkt en uitgebreid in 1948 en leidde tot de VN Verklaring van de Rechten van het Kind, die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met unanimiteit aannam (20 november 1959). Deze verklaring werd op haar beurt uitgebreid en ontwikkeld tot het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat op 20 november 1989 unaniem werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind bevat 54 artikelen en is een uitgebreid instrument dat rechten creëert die de universele principes en normen voor de status van kinderen uitlijnt. Het is het enige internationale mensenrechtenverdrag dat het hele spectrum van burgerlijke, politieke, sociale, culturele en economische rechten omvat. De economische en sociale rechten waarvan sprake, zijn progressief realiseerbaar en hangen af van de middelen van de verdragsstaat. Het verdrag biedt een hogere graad van bescherming en hulp voor minderjarigen dan andere internationale instrumenten. De beschermingsstandaarden gaan bijvoorbeeld verder dan de gewoonlijke waarborgen voor gezondheid, onderwijs en welvaart, meer bepaald op het vlak van het recht op persoonlijke ontwikkeling voor het kind, het recht op privacy en de vrijheden van meningsuiting, religie, vergadering en vereniging.
Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd geratificeerd door meer landen dan eender welk ander mensenrechtenverdrag. Sinds maart 2003 is het geratificeerd door alle landen ter wereld, behalve twee: de Verenigde Staten, die het wel tekenden, maar niet ratificeerden, en Somalië, dat niet over een representatieve regering beschikt die het verdrag zou kunnen ratificeren (Somalië ondertekende het verdrag in 2002). Twee protocollen werden aan het verdrag toegevoegd. Ze bieden extra bescherming op twee terreinen:
Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind betreffende de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie (2000)
Dit facultatieve protocol is ontworpen om kinderprostitutie, kinderpornografie en de verkoop en onwettelijke adoptie van kinderen strafbaar te maken. Het protocol werd van kracht op 18 januari 2002.
Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind betreffende de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten (2000)
Dit protocol bepaalt dat de toegestane leeftijd voor deelname aan een gewapend conflict 18 jaar is. Het verbiedt bovendien de gedwongen indiensttreding onder 18 jaar. De vrijwillige indiensttreding onder 18 jaar wordt niet verboden, maar het protocol verplicht staten wel om bij de ratificatie van het verdrag een verklaring af te leggen over de toegestane leeftijd voor vrijwillige indiensttreding en om aan te tonen dat stappen ondernomen worden om gedwongen indiensttreding tegen te gaan. Het protocol werd van kracht op 12 februari 2002.
De VN Commissie voor de Rechten van het Kind
De verdragspartijen bij het Verdrag inzake de Rechten van het Kind rapporteren aan de VN Commissie voor de Rechten van het Kind. Dat is een instelling bestaande uit 18 onafhankelijke experts, die worden benoemd voor een periode van vier jaar. Ze ontmoeten elkaar drie maal per jaar in Genève en beschikken over een klein permanent secretariaat bij de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN.
De commissie onderzoekt de vooruitgang die de verdragspartijen maken bij het naleven van hun verplichtingen. Ze ziet enkel toe op landen die het verdrag hebben geratificeerd. De regeringen moeten regelmatig rapporten inleveren. De commissie onderzoekt deze rapporten tijdens mondelinge verhoren en verzamelt informatie bij externe bronnen, zoals niet-gouvernementele en intergouvernementele organisaties. Het Verdrag inzake de Rechten van het Kind is trouwens het enige internationale verdrag dat aan ngo"s een controlerende rol toekent. De commissie onderzoekt geen individuele klachten.
Speciale Rapporteur betreffende de handel in kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie
De Mensenrechtencommissie van de VN benoemde in 1990 een Speciale Rapporteur voor de handel in kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie. Die is verantwoordelijk voor de voorbereiding van een jaarlijks rapport aan de Commissie, de uitvoering van onderzoek ter plaatse en het opstellen van verslagen per land.
IAO Verdrag (138) inzake de Minimumleeftijd voor Tewerkstelling (1973)
Dit verdrag werd in 1973 gesloten en wordt door de Commissie voor de Rechten van het Kind als de standaardnorm beschouwd. De principes zijn toepasselijk op alle economische sectoren. De ratificerende staten moeten een minimumleeftijd voor tewerkstelling vastleggen, een nationale politiek uitdenken om kinderarbeid te voorkomen en op progressieve wijze de minimumleeftijd voor tewerkstelling optrekken tot een niveau dat de volledige fysieke en mentale ontwikkeling van jongeren garandeert.
Verklaring van Sociale en Wettelijke principes inzake de Bescherming en het Welzijn van Kinderen, met bijzondere verwijzing naar Plaatsing in een Pleeggezin en Nationale en Internationale Adoptie (1986)
Deze verklaring schept belangrijke richtlijnen voor pleegouderschap en adoptie, nationaal en internationaal, van kinderen die onvoldoende ouderlijke zorg genieten.
IAO Verdrag (182) inzake het Verbod op en de Onmiddellijke Maatregelen tegen de Ergste Vormen van Kinderarbeid (1999)
Verschillende internationale verdragen ter bescherming van arbeidsrechten werden goedgekeurd onder het toezicht van de Internationale Arbeidsorganisatie. Het IAO Verdrag 182 verbiedt de ergste vormen van kinderarbeid, waaronder slavernij, lijfeigenschap door verkoop of schuld, dwangarbeid, rekrutering voor gewapende troepen, prostitutie, drugshandel of andere illegale activiteiten, of ander werk dat de gezondheid, veiligheid of morele waarden van kinderen bedreigt.
Andere
Er zijn nog andere VN mensenrechtenverdragen en mensenrechteninstellingen die de belangen van kinderen verdedigen. Sommige instellingen, zoals de Commissie inzake de Uitbanning van Vrouwendiscriminatie of de Commissie voor de Uitbanning van Discriminatie op basis van Ras verwijzen specifiek naar kinderen. Andere bepalingen zijn zowel van toepassing op kinderen als op volwassenen.
Internationaal humanitair recht en internationaal vluchtelingenrecht
De Verdragen van Genève (1949) en hun facultatieve protocollen bepalen de grondlijnen van het internationaal humanitair recht en bevatten zowel specifieke als algemene bepalingen die de rechten van kinderen in conflictsituaties beschermen. Het Vluchtelingenverdrag van 1951 beschermt op dezelfde wijze jonge asielzoekers en vluchtelingen.
Volgens de normen van het 'internationale gewoonterecht' kunnen alle kinderen beschermd worden tegen, onder andere: slavernij en slavenhandel; foltering of andere wrede, onmenselijke of vernederende bestraffingen of behandelingen; systematische discriminatie op basis van ras; willekeurige opsluiting.
AFRIKAANSE UNIE (VROEGER: ORGANISATIE VAN AFRIKAANSE EENHEID, OAU)
Afrikaans Handvest inzake de Rechten en het Welzijn van het Kind (1990)
Het Afrikaanse Handvest inzake de Rechten en het Welzijn van het Kind is een belangrijk regionaal instrument voor de bescherming en bevordering van kinderrechten. De Afrikaanse Commissie voor de Rechten en het Welzijn van het Kind werd opgericht, een eerste vergadering werd in juli 2001 gehouden. Deze commissie zal bevoegd zijn om rapporten van staten te ontvangen en om te communiceren met individuen, groepen en niet-gouvernementele organisaties die erkend worden door de Afrikaanse Unie, een lidstaat of de Verenigde Naties.
ANDERE REGIONALE ORGANISATIES Noch de Organisatie van Amerikaanse Staten noch het Europese mensenrechtensysteem hebben specifieke instrumenten voor kinderen, maar een aantal regionale mensenrechteninstrumenten zijn zowel toepasselijk op kinderen als volwassenen, zoals bijvoorbeeld het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden en het Europese Verdrag tot Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing.
- Nationale agentschappen voor ondersteuning, bescherming en begeleiding
Landen die het Verdrag inzake de Rechten van het Kind hebben goedgekeurd, hebben zich ertoe verbonden hun wetten in verband met kinderen en adolescenten te herzien en hun sociale diensten, wettelijke, onderwijs- en gezondheidssystemen door te lichten opdat ze de verdragsverplichtingen zo volledig mogelijk nakomen.
In bepaalde gevallen leidde dat tot wetswijzigingen of het tot stand brengen van nieuwe wetten. Het verdrag bepaalt verder dat de nationale wetgeving voorrang heeft als die in een hogere graad van bescherming voorziet: "De staten die partij zijn, nemen alle nodige wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen om de in dit verdrag erkende rechten te verwezenlijken. Ten aanzien van economische, sociale en culturele rechten nemen de staten die partij zijn deze maatregelen in de ruimste mate waarin de hun ter beschikking staande middelen zulks toelaten en, indien nodig, in het kader van internationale samenwerking.” (Artikel 4 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind)
Overheden hebben de volgende maatregelen genomen om het verdrag op nationaal niveau te implementeren:
- Een ruime nationale agenda.
- Vaste instellingen of mechanismen om de coördinatie van alle sectoren van de overheid te bevorderen.
- Stappen ondernemen om te verzekeren dat alle wetgeving volledig in overeenstemming is met het verdrag door het te verwerken in het nationale rechtssysteem of door te verzekeren dat de principes van het verdrag voorrang hebben in geval van conflict met de nationale wetgeving.
- Ramingen over de impact op kinderen om te verzekeren dat er rekening wordt gehouden met kinderen bij het maken van planning en beleidsbeslissingen.
- Analyse van overheidsuitgaven om te bepalen hoeveel geld aan kinderen wordt uitgegeven en of die middelen nuttig aangewend worden.
- Verzameling van gegevens.
- Publieke aandacht voor het verdrag en verspreiding van informatie over het verdrag.
- De burgersamenleving betrekken bij de implementering en promotie van kinderrechten.
- Oprichting onafhankelijke statutaire organen - ombudsdiensten, commissies of andere instellingen - om kinderrechten te promoten en beschermen.
De vooruitgang van specifieke landen bij de implementatie van het verdrag kan gevolgd worden in de rapporten aan de Commissie voor de Rechten van het Kind.
Er werden twee wereldconferenties gehouden om overheden te helpen bij het opstellen van een actieplan voor de praktische toepassing van het verdrag. De eerste vond plaats in 1989, vlak na de creatie van het verdrag. De tweede dateert van mei 2002.
- Materiaal voor actievoeren, onderwijs en opleiding
Voor actievoerders
Children's Rights in the UN System of Human Rights Protection (Helsinki Foundation for Human Rights-Poland)
The New ILO Worst Forms of Child Labour Convention 1999 (Anti-Slavery International) Deze publicatie verduidelijkt de werking van het Verdrag 182, dat de ergste vormen van kinderarbeid definieert en bepaalt wat overheden moeten doen om ze te verbieden en te elimineren. Praktijkvoorbeelden uit Togo en Guatemala worden gebruikt om te tonen hoe burgerrechtenverenigingen hun invloed kunnen maximaliseren.
Voor werkgevers
Employers" Handbook on Child Labour: A Guide for Taking Action (International Organization of Employers) Dit is een referentiehandboek voor werkgevers en hun organisaties voor de implementatie van beleid en programma’s in overeenstemming met de Internationale Arbeidsorganisatie.
Voor leerkrachten en opvoeders
Children’s Rights Here and Now (Amnesty International-USA) Dit lessenplan op basis van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind kan gebruikt worden om kinderrechten te onderzoeken.
Fields of Hope: Educational Activities on Child Labor. Teacher’s Guide (American Center for International Labor Solidarity, AFL-CIO) Deze gids bevat acht lessen voor kinderen tussen twaalf en vijftien jaar. De lessen hebben als doel de kennis van en het begrip voor de kinderarbeidproblematiek te verhogen, de informatie op de Fields of Hope websites en andere sites te leren verzamelen en gebruiken en gevoelens van sociale verantwoordelijkheid te voeden.
Lesson plan on refugee children (UNHCR) Lessenplan over vluchtelingen voor onderwijzers van negen- tot elfjarigen dat werd ontwikkeld door UNHCR.
Raising Children With Roots, Rights and Responsibilities: Celebrating the United Nations Convention on the Rights of the Child (van Lori DuPont, Joanne Foley, Annette Gagliardi) Deze gids voor een mensenrechtencurriculum van twaalf weken concentreert zich op de kracht van de ouder-kind-relatie. De thema’s van de sessies zijn: 'sharing a vision; whole child; equality; name and nationality; adequate standard of living; special protections; consideration and care; free education; play and culture; protection; expression and association; ratification and review’.
Teaching for Human Rights: Pre-school and Grades 1-4 (Ralph Pettman, with Joan Braham, Lynette Johnston, Elke Muzik, Kath Lock, Stephanie O’Laughlin Peters, Diana Smythe) Dit lerarenhandboek bevat suggesties voor onderwijzers in kleuterscholen en de lagere graden van het basisonderwijs die het zelfvertrouwen en de sociale verdraagzaamheid van hun leerlingen willen voeden.
Teaching for Human Rights: Grades 5-10 (Ralph Pettman, with Colin Henry) Dit lerarenhandboek bevat suggesties voor leerkrachten in lager en secundair ondrwijs die het zelfvertrouwen en de sociale verdraagzaamheid van hun leerlingen willen voeden.
Ten messages about children with disabilities (UNICEF) Praktische tips om kinderen met een handicap te helpen leren in een veilige en onpartijdige omgeving.
Our Book of Child Rights (Human Rights Education Programme-Pakistan) Dit kleurrijke prentenboek is gebaseerd op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en is bedoeld om door leerlingen en onderwijzers gebruikt te worden als een introductie tot kinderrechten en verantwoordelijkheden.
| |