Het recht op ontwikkeling houdt het recht in op verbetering en vooruitgang van de economische, sociale, culturele en politieke omstandigheden. Verbetering van de globale levenskwaliteit betekent de implementatie van een verandering die elke persoon een leven in waardigheid verzekert; of een leven in een maatschappij die de mensenrechten respecteert en helpt realiseren.
Deze veranderingen moeten ook de uitroeiing of verbetering omvatten van omstandigheden als veralgemeende vormen van armoede, werkloosheid en ongelijke sociale omstandigheden. Duurzame ontwikkeling garandeert het welzijn van de mensen door sociale en economische ontwikkeling te integreren met milieubehoud en -bescherming.
Sociale ontwikkeling betekent dat de basisbehoeften van de mensen worden bevredigd door het toepassen en verwezenlijken van mensenrechten. Basisbehoeften gaan over toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, voedsel, onderdak, tewerkstelling en een eerlijke inkomensverdeling. Sociale ontwikkeling stimuleert de democratie om de deelname van het publiek aan het vastleggen van het beleid en aan het creëren van een omgeving voor een bestuur dat verantwoording verschuldigd is. Sociale ontwikkeling wil de armen ontvoogden om zo meer gebruik te maken van beschikbare middelen zodat ze in hun eigen behoeften kunnen voorzien en hun eigen leven kunnen veranderen. Speciale aandacht wordt gewijd aan de gelijke behandeling van vrouwen, kinderen, inheemse volkeren, mensen met een handicap en alle bevolkingsgroepen die het meest bloot staan aan armoede.
Economische ontwikkeling vergroot de beschikbaarheid van werk en de mogelijkheid van individuen om zich van een inkomen te voorzien om henzelf en hun families te ondersteunen. Economische ontwikkeling gaat over industrie en duurzame landbouw zowel als integratie en een volwaardige deelname aan de globale economie. Sociale en economische ontwikkelingen versterken elkaar en zijn van elkaar afhankelijk om ze volledig te verwezenlijken.
Het is onmogelijk om het welzijn van de mens apart te zien van het welzijn van de aarde. Daarom hecht een echte duurzame ontwikkeling evenveel belang aan de bescherming van de aarde en van haar bronnen. Internationale documenten over het milieuaspect van ontwikkeling bevestigen en herbevestigen dat "mensen in het centrum staan van de bekommernis voor een duurzame ontwikkeling. Zij hebben het recht op een gezond en productief leven in harmonie met de natuur…". Aangezien het doel van duurzame ontwikkeling de permanente verbetering van de levensomstandigheden van de mensen is, moeten sociale en economische ontwikkelingen uitgevoerd worden op een milieuvriendelijke en ecologisch correcte manier; zodat een permanente vernieuwing en beschikbaarheid van natuurlijke bronnen wordt gegarandeerd voor de toekomstige generaties.
Actieve deelname aan duurzame ontwikkeling wil zeggen dat degenen waarop de veranderingen invloed hebben tegelijk diegenen zijn die de veranderingen bepalen. Deze deelname is niet exclusief, garandeert gelijke inbreng, zelfbeschikking, ontvoogding van beide seksen en van alle rassen en culturele groepen.
Wanneer we vanuit een rechtenperspectief naar duurzame ontwikkeling kijken is het essentieel om eerst en vooral te erkennen dat, wil een persoon of een samenleving blijven vooruitgaan, in de basisbehoeften van elk individu moet worden voorzien. Slechte sociale omstandigheden, zoals een gebrek aan onderwijs en informatie zowel als ongezonde leefomstandigheden beperken sterk de mogelijkheid van een individu om te werken en om van een persoonlijke economische groei en ontwikkeling te genieten. Daarom moeten basisrechten gerespecteerd en gerealiseerd worden zodat iedereen gelijke toegang heeft tot de nodige middelen:
Het recht om actief deel te nemen aan en baat te hebben bij het recht op ontwikkeling. Het recht op ontwikkeling erkent overduidelijk dat alle mensen gelijkwaardig zijn en recht hebben op gelijke behandeling inzake toegang tot en genot van middelen om hun persoonlijke ontwikkeling te verbeteren en verder te zetten. Documenten over ontwikkelingsrechten vermelden specifieke kwetsbare groepen, om te garanderen dat de rechten met betrekking tot ontwikkeling op iedereen in gelijke mate van toepassing zijn.
Kinderen hebben recht op een levensstandaard die de volledige ontwikkeling van hun fysische, mentale, spirituele en sociale capaciteiten verzekert. Kinderen hebben specifieke rechten ivm toegang tot voedsel, kleding, onderdak en onderwijs dat hen voorziet van de instrumenten nodig om een geschikte levensstandaard te behouden. Kinderen hebben het recht op bescherming tegen slechte arbeidsomstandigheden die het genot van de bovengenoemde rechten beperken, en daardoor hun ontwikkeling belemmeren.
Vrouwen hebben recht op arbeid, gelijk loon, gelijke voordelen en kansen op vooruitgang. Vrouwen hebben recht op bescherming tegen discriminatie, op hun werkplaats, vanwege zwangerschap. Vrouwen hebben het recht om leningen, hypotheken en kredieten aan te gaan voor hun economische ontwikkeling. In landelijke gebieden dienen vrouwen verzekerd te zijn van deelname in en toegang tot de voordelen van landbouwontwikkeling, via deelname in het planningproces van ontwikkeling; toegang tot onderwijs en technische vorming; het recht om groepen te vormen voor het ontwikkelen van economische mogelijkheden; een gelijke behandeling en invloed bij land- en landbouwhervormingen en bij landherverdeling.
Inheemse volkeren hebben recht hun eigen prioriteiten te bepalen met betrekking tot ontwikkeling die hun leven,geloof, instituten, spiritueel welzijn en gronden beïnvloedt. Inheemse volkeren hebben het recht de controle te bewaren over hun eigen sociale en economische ontwikkeling. Inheemse volkeren hebben recht op deelname aan en een inbreng in nationale en regionale ontwikkelingsplannen die hen aanbelangen. Inheemse volkeren hebben recht op een permanente verbetering van hun levensomstandigheden en een permanente economische groei. Inheemse volkeren hebben recht op onderzoek door de regering van de impact van ontwikkelingsplannen op hun inheemse cultuur vooraleer zulke projecten worden uitgevoerd. Inheemse volkeren hebben het recht op bescherming van hun natuurlijke omgeving.
[Naar boven ^]
Internationale en Regionale Instrumenten voor Bescherming en Bevordering
Instrumenten van internationaal recht hebben de vorm van een verdrag (ook overeenkomst, conventie, protocol genoemd), dat bindend kan zijn voor de staten die deze overeenkomst afsluiten. Bij het afronden van de onderhandelingen wordt de authentieke en definitieve tekst van een verdrag vastgelegd, en door de vertegenwoordigers van staten ondertekend. Er zijn verschillende manieren om aan te geven dat een staat ermee akkoord gaat door een verdrag gebonden te zijn. Ratificatie of toetreding zijn de meest voorkomende. Een nieuw verdrag wordt ‘geratificeerd’ door de staten die bij de onderhandelingen erover betrokken waren. Een staat die niet betrokken was bij deze onderhandelingen kan later ‘toetreden’ tot het verdrag. Het verdrag treedt in werking op het ogenblik dat een vooraf bepaald aantal staten het hebben geratificeerd of ertoe zijn toegetreden.
Bij het ratificeren van of het toetreden tot een verdrag kan een staat voorbehouden maken bij één of meer artikels van het verdrag, tenzij het verdrag zelf dit verbiedt. Normaal gesproken kunnen dergelijke voorbehouden op eender welk tijdstip terug ingetrokken worden. In sommige landen staan internationale verdragen boven de nationale wetgeving. In andere landen kan een speciale wet nodig zijn om een internationaal verdrag, ondanks ratificatie of toetreding, kracht van (nationale) wet te geven. Bijna alle staten die een internationaal verdrag ratificeerden of ertoe toetraden, moeten daarna besluiten uitvaardigen, bestaande wetten aanpassen of nieuwe wetgeving invoeren opdat het verdrag op het nationaal territorium helemaal effectief zou zijn.
De bindende verdragen kunnen gebruikt worden om regeringen ertoe te dwingen die bepalingen ervan te eerbiedigen die relevant zijn voor de mensenrechten van de personen met een handicap. De niet-bindende instrumenten, zoals verklaringen en resoluties, kunnen in relevante situaties gebruikt worden om regeringen (tenminste zij die in zitten met hun internationaal imago) lastig te vallen door hen publiek aan te klagen.
Hierna volgen de internationale verdragen, verklaringen en engagementen die het mensenrecht op duurzame ontwikkeling beogen:
VERENIGDE NATIES
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) (artikel 21, 23, 25, 25, 26, 27, 28)
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) was het eerste internationale document dat uitdrukkelijk de inherente waardigheid van de mens bevestigt en rechten aanpakt met betrekking tot ontwikkeling, waaronder het recht op deelname aan het bestuur van het land, het realiseren van alle economische, sociale en culturele rechten die de ontwikkeling van de persoonlijkheid ondersteunen; eerlijke tewerkstelling; een geschikte levensstandaard; onderwijs gericht op de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid; het genot van de wetenschappelijke vooruitgang; een internationale omgeving en orde waarin alle rechten kunnen worden gerealiseerd.
Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (1965) (artikel 5)
Artikel 5 van dit verdrag verklaart dat er geen verschil mag zijn in het niveau van toepassing van burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten, dat gebaseerd is op ras, kleur of etnische achtergrond. De volgende rechten zijn gecatalogeerd als relevant voor ontwikkeling: deelname aan verkiezingen, gelijke tewerkstelling en loon, huisvesting, gezondheidszorgen en onderwijs.
Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (1966) (artikel 1,6, 7,11,12, 13)
Dit verdrag bevestigt het recht van elke persoon op zelfbeschikking, om zich op alle economische, sociale en culturele terreinen te ontwikkelen. Artikel 6 en 7 bepalen het recht op tewerkstelling om economische stabiliteit te verwerven. Arbeidsomstandigheden moeten veilig en gezond zijn en elke arbeid(st)er moet een eerlijk loon krijgen om een treffelijk leven voor zichzelf en zijn/haar familie te garanderen. Iedereen heeft recht op een gepaste levensstandaard die erin bestaat dat men toegang heeft tot het nodige voedsel, tot huisvesting, kleding en een permanente verbetering van de omstandigheden. Om aan de behoefte aan voedsel tegemoet te komen, moeten staten de methoden voor productie, bewaring en distributie verbeteren door gebruik te maken van alle beschikbare technische en wetenschappelijke informatie. Staten moeten ook gebruik maken van alle beschikbare informatie om de natuurlijke hulpbronnen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Iedereen heeft het recht op een zo hoog mogelijk bereikbaar niveau van fysische en mentale gezondheid.
Iedereen dient toegang te hebben tot onderwijs en tot de voordelen van de wetenschappelijke vooruitgang.
Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (1979) (artikel 3, 7, 10, 11, 13, 14)
Het Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen, gewoonlijk afgekort tot CEDAW, zegt dat staten een verantwoordelijkheid hebben om wetgeving toe te passen die de ontwikkeling, de vooruitgang en de gelijkheid van vrouwen steunt en verzekert. Vrouwen moeten even goed als mannen in de mogelijkheid zijn om deel te nemen aan verkiezingen, in beleidsvoering en in het bekleden van een openbaar ambt. Vrouwen moeten toegang hebben tot gelijke onderwijskansen die hen voorzien van de vaardigheden om keuzes te maken voor hun loopbaan. Vrouwen moeten gelijk behandeld worden inzake tewerkstelling en toegang hebben tot dezelfde voordelen. Vrouwen moeten toegang hebben tot leningen en kredieten en baat hebben bij landelijke ontwikkeling door deelname aan de planning ervan, toegang tot gezondheidszorgen, toegang tot landbouwkredieten, tot hervormings- en hervestigingsprogramma’s en de aangepaste levensomstandigheden.
Verklaring inzake het Recht op Ontwikkeling (1986)
Deze verklaring definieert het recht op ontwikkeling als een leefomgeving waarin alle fundamentele vrijheden kunnen worden gerealiseerd door deelname in, bijdrage aan en genot van de economische, sociale, culturele en politieke ontwikkeling. Het recht op ontwikkeling geeft iedereen het recht op zelfbepaling en op deelname aan het vastleggen van beleid dat ontwikkeling aanmoedigt, zowel als een gelijk aandeel in de voordelen. Het volledig realiseren van de ontwikkeling van een staat vereist internationale samenwerking waarin meer ontwikkelde landen minder ontwikkelde landen helpen. Om te bewerkstelligen dat staten de mensenrechten toepassen en eerbiedigen, kunnen staten actief bijdragen aan het elimineren van activiteiten die de mensenrechten schenden. Staten moeten er ook op toezien dat alle mensen gelijke toegang hebben tot onderwijs, gezondheidszorgen, voedsel, huisvesting, tewerkstelling en een eerlijk loon, en ook tot vrede en veiligheid.
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) (artikel 24, 27, 28, 29, 32)
Dit verdrag verbindt staten ertoe kinderen te voorzien van de middelen om een zo hoog mogelijk niveau van gezondheid te bereiken. Staten hebben er zich toe verbonden ziekte en ondervoeding – de belangrijkste gezondheidsproblemen voor kinderen - te bestrijden door het voorzien van gezonde voeding en zuiver water. Elk kind moet van een levensstandaard genieten dat zijn/haar fysische, mentale, spirituele, morele en sociale ontwikkeling promoot. Aan alle kinderen moet onderwijs worden aangeboden, zowel algemeen als beroepsonderwijs, om elk kind bij te staan in het realiseren van zijn/haar eigen potentieel, en om het te voorzien van de vaardigheden nodig om succesvol te kunnen deelnemen aan een vrije samenleving. Kinderen moeten beschermd worden tegen oneerlijke arbeidsomstandigheden die hun onderwijsmogelijkheden beperken en hun ontwikkeling kunnen schaden.
Verdrag (Nr. 169) inzake Inheemse en Stammenvolkeren in Onafhankelijke Landens (1989) (artikel 6, 7)
Dit verdrag bevestigt dat inheemse volkeren het recht hebben om hun eigen prioriteiten vast te leggen met betrekking tot ontwikkeling die hun levens, religies, instituten, spiritueel welzijn en gronden beïnvloeden en om de controle over hun eigen ontwikkeling te behouden. Inheemse volkeren hebben het recht om deel te nemen in en bij te dragen aan nationale en regionale ontwikkelingsplannen die hen beïnvloeden. Inheemse volkeren hebben het recht op een voortdurende verbetering van hun leefomstandigheden en een permanente economische groei. Inheemse volkeren hebben het recht op onderzoek door de regering van de impact van ontwikkelingsplannen op de inheemse cultuur voordat zulke projecten worden uitgevoerd. Inheemse volkeren hebben het recht op bescherming van hun leefmilieu.
Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling (1992)
Deze verklaring introduceert milieubehoud als een sleutelelement voor duurzame ontwikkeling. Ontwikkelingsprojecten moeten aan de behoeften van zowel de huidige als de toekomstige generaties beantwoorden. Dit betekent dat mensen de mogelijkheid moeten hebben om "een gezond en productief leven in harmonie met de natuur" te leiden. Deze verklaring benadrukt eveneens het belang van de uitroeiing van de armoede als een middel tot ontwikkeling.
[Naar boven ^]
AFRIKAANSE UNIE (VOORHEEN ORGANISATIE VAN AFRIKAANSE EENHEID, OAE)
Afrikaans Handvest inzake Mensen -en Volkerenrechten (1990) (artikel 13, 15, 16, 17, 22, 24)
Het Afrikaans Handvest inzake Mensen -en Volkerenrechten zegt dat "alle mensen het recht hebben op hun economische, sociale en culturele ontwikkeling met respect van hun vrijheid en identiteit en in het gelijke genot van de gemeenschappelijke erfenis van de mensheid." De artikelen van het Handvest richten zich op de rechten van de mensen om op een democratische manier deel te nemen aan het bestuur van hun land; op het recht op werk, met gelijk loon en andere voordelen; op het recht om te genieten van fysische en psychische gezondheid en welzijn; op het recht onderwijs te genieten met het nodige respect voor en bescherming van traditionele waarden. Van al deze rechten moet kunnen genoten worden in een omgeving die ontwikkeling bevordert.
Afrikaans Handvest inzake de Rechten en de Welvaart van het Kind (1990) (artikel 13)
Dit verdrag stipuleert speciale maatregelen voor vluchtelingenkinderen die niet worden vergezeld door ouders of voogden.
De vorming van de Afrikaanse Unie in 2001 zette een stadium in voor een nieuwe strategie voor het verder zetten van de Afrikaanse ontwikkeling. In 2001 zag ook het Nieuwe Afrikaanse Initiatief (NAI) het licht, een engagement voor ontwikkeling uitgedacht door Afrikaanse leiders. De betrokken Afrikaanse leiders kwamen overeen om de levenskwaliteit in hun landen te verbeteren door de uitroeiing van de armoede en de implementatie van politieke systemen van goed bestuur, democratie en de realisering van mensenrechten. Het opgestelde document dat de verbintenissen en implementatiestrategieën bevat, heet het Nieuw Partnerschap voor Afrika's Ontwikkeling (NEPAD). NEPAD is het kader voor Afrikaanse landen zowel als voor de internationale gemeenschap om de Afrikaanse Ontwikkeling te steunen.
RAAD VAN EUROPA
Europees Sociaal Handvest
(1961)
De focus van het Europees Sociaal Handvest is het creëren van een sociale omgeving waarin alle mensen de mogelijkheid hebben economische vooruitgang en veiligheid te bereiken en te genieten. Het Handvest beschrijft het recht op tewerkstelling en op eerlijke arbeidsomstandigheden. Het biedt aan kinderen en zwangere vrouwen bescherming in de werkomgeving. Iedereen heeft het recht op beroepsadvies en -vorming om werk te vinden dat hem/haar persoonlijk interesseert. Sociale veiligheid zowel als bescherming en inclusie van personen met een handicap en migranten zijn eveneens opgenomen in het Handvest.
ORGANISATIE VAN AMERIKAANSE STATEN (OAS)
Handvest van de Organisatie van Amerikaanse Staten (1948) (artikel 34)
Dit artikel garandeert toegang tot geschikt voedsel door het verhogen van de productie en de beschikbaarheid ervan en door het diversifiëren van de productie.
Bijkomend Protocol bij het Amerikaanse Verdrag inzake Mensenrechten op gebied van Economische, Sociale en Culturele Rechten (Protocol van San Salvador) (1988) (artikel 12)
Dit artikel erkent het mensenrecht op adequaat voedsel. Staten moeten stappen zetten om de voedselvoorziening te verhogen door verbeterde productie en distributie.
[Naar boven ^]
Agentschappen voor bijstand en dienstverlening
Nationale instellingen
De meeste landen in de wereld garanderen ofwel in hun grondwet gratis en verplicht onderwijs ofwel werken ze aan het opzetten van een gratis onderwijssysteem. De definitie en de criteria voor verplicht onderwijs variëren van staat tot staat. In sommige landen is onderwijs verplicht voor kinderen tussen bepaalde leeftijdsgrenzen, meestal vanaf 6 tot en met 16 jaar oud. In andere landen houdt verplicht onderwijs niet noodzakelijk verband met een bepaalde leeftijd maar met een bepaald aantal bij te wonen schooljaren. Het aantal jaren varieert in verschillende landen tussen 7 en 11. Verplicht onderwijs houdt in sommige landen in dat studenten een bepaald onderwijsniveau moeten bereiken met als minimum de lagere school of zeven jaar onderwijs.
De gezondheidssituatie en de gezondheidszorg zijn belangrijke ontwikkelingsbekommernissen. 109 landen erkennen in hun grondwet het mensenrecht op gezondheid in hun grondwet, wat inhoudt dat de regering in een bepaalde mate verplicht is om beschikbare en toegankelijke (zoals betaalbare) gezondheidszorg te verzekeren. Sommige landen garanderen toegang tot gratis gezondheidszorg voor alle burgers. Andere landen voorzien enkel nationaal gefinancierde gezondheidszorgprogramma's voor personen met een lager inkomen die hiervoor in aanmerking komen. Deze programma's zijn dikwijls gericht op bepaalde groepen zoals kinderen, ouderen of personen met een handicap.
Een aantal landen heeft een systeem van sociale zekerheid. Sociale zekerheid garandeert dat als er iets onverwacht gebeurt zoals een ziekte, een kwetsuur of een plotse dood het inkomen niet zomaar wegvalt. Sociale zekerheid geeft mensen de kans van een werkloosheidsuitkering of een pensioen te genieten. Als de belangrijkste salaristrekk(st)er van de familie gehandicapt wordt of sterft, kan zijn/haar familie een beroep doen op de sociale zekerheid.
Een sterke democratie opzetten blijft een doel voor veel landen. In de huidige wereld zijn vele regeringen in overgang en zijn vele democratieën nog zeer jong. Men gelooft dat een vrije samenleving waarin de mensen kunnen beslissen en het beleid beïnvloeden, een gepaste omgeving creëert voor ontwikkeling. Terwijl regeringen en regeringsinstellingen bekommerd zijn om ontwikkelingskwesties, is veel van de vooruitgang in ontwikkeling en de verbetering van levensomstandigheden van individuen het resultaat van het werk van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) en niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties. Basisorganisaties zijn groepen die nauw samenwerken met de armen, hindernissen voor ontwikkeling aanwijzen en ook waardevolle oplossingen aanbrengen. Vele ngo's hangen af van vrijwilligers en ontvangen fondsen in de vorm van subsidies en leningen van grotere donororganisaties.
De belangrijkste internationale hulpverleningsinstellingen
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties. De Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) steunt duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden door projecten van technische bijstand. FAO-projecten omvatten duurzame landbouw, duurzaam waterbeheer en wereldvisproductie. De FAO schenkt ook speciale aandacht aan de rol van vrouwen en haar inschakeling in de ontwikkeling.
Het Internationaal Landbouwontwikkelingsfonds (IFAD). Dit fonds werd opgericht in 1977 als resultaat van de Wereldvoedselconferentie van 1974. Het helpt middelen en financieringsprogramma's te mobiliseren om arme landbouwers te helpen met het verbeteren van hun levensomstandigheden. IFAD promoot sociale ontwikkeling, inkomensgroei, een duurzaam milieubeleid en een goed bestuur. IFAD geeft ook leningen en subsidiemogelijkheden en vormt tegelijkertijd partnerships met ngo's, internationale ontwikkelingsorganisaties en Internationale Financiële Instellingen.
Internationale Arbeidsorganisatie. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft criteria opgesteld voor wereldwijde arbeidsrechten waaronder een eerlijk loon en gelijke kansen. De ILO heeft een programma dat de ontwikkeling van kleine ondernemingen ondersteunt om tewerkstellingskansen uit te breiden alsook de kansen voor individuen om zelfstandige arbeid te doen.
Internationaal Monetair Fonds. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voorziet in drie belangrijke dienstverleningen: toezicht, financiële bijstand en technische bijstand. Door middel van toezicht doet het IMF aan monitoring en geeft het raad aan haar lidstaten m.b.t. het economische en het financiële beleid, waaronder handelsovereenkomsten en overeenkomsten betreffende wisselkoersen. Het IMF stelt vast of dit beleid het land in de vooruitgang van haar economische en duurzame ontwikkeling helpt. Het IMF poogt economische zwakten te identificeren en te bestrijden. Leningen die worden toegekend door het IMF als financiële bijstand zijn niet bestemd voor specifieke projecten maar worden eerder toegekend om de munt en de financiële integriteit van het land te stabiliseren. Het IMF heeft zeven bijstandsmogelijkheden ontwikkeld die dienen om specifieke financiële problemen te verzachten. Deze hebben variabele interestvoeten en terugbetalingstermijnen. De technische assistentieprogramma's van het IMF promoten capaciteitsopbouw en het ontwikkelen van een beleid ter versterking van financiële instituten.
Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN. De Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN (CSD) werd opgericht in 1992 nav de VN Conferentie voor Milieu en Ontwikkeling (UNCED). Het is de verantwoordelijkheid van deze commissie om toe te zien of de staten zich houden aan en werk maken van het bereiken van de doelstellingen van duurzame ontwikkeling die werden opgesteld op de UNCED. De CSD is in het bijzonder betrokken bij de relatie tussen milieu en duurzame ontwikkeling en bij het opbouwen van partnerships tussen regeringen.
Het Ontwikkelingsprogramma van de VN. Het Ontwikkelingsprogramma van de VN (UNDP) heeft wereldwijd kantoren in 166 landen. De focus van het UNDP is landen te helpen om oplossingen te ontwikkelen en te delen met andere landen voor wat ze hebben geïdentificeerd als de grootste uitdagingen in het ontwikkelingsproces: democratisch beleid, armoedebestrijding, crisispreventie en -herstel, energie en milieu, informatie- en communicatietechnologie, en HIV/AIDS. In zijn werk tracht het UNDP mensenrechten te verdedigen en te promoten, en vooral dan de emancipatie van vrouwen. Het UNDP geeft jaarlijks een verslag uit over menselijke ontwikkeling (het Human Development Report). Dit verslag wordt geschreven door experten die van over de hele wereld gegevens, ideeën en praktijken analyseren inzake ontwikkeling. Men hoopt dat deze verslagen politieke debatten op gang trekken, politieke aandacht vestigen op thema's en landen kunnen helpen met het formuleren van oplossingen voor ontwikkeling.
Divisie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN. Het werk van de Divisie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN is het geven van advies en ervaringen voor en het opbouwen van de institutionele capaciteiten van regeringen, op diens vraag. De Divisie maakt ontwikkelingsprojecten op die ze ook implementeert waarvoor de regering vervolgens verantwoordelijk gesteld wordt. Het doel is een beleid te vormen rond duurzame ontwikkeling. Hun expertise dekt specifiek zoetwaterbeheer, energie, infrastructuur en landbeheer.
Wereldbank. De Wereldbank bestaat uit twee instituten, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (IBRD) en de Internationale Ontwikkelingsassociatie (IDA). De IBRD werkt voor economische ontwikkeling in landen die ze 'kredietwaardig' acht. De landen die leningen krijgen van de IBRD moeten hun leningen kunnen terugbetalen met interest. De IDA werd opgericht om leningen voor ontwikkeling en schuldverlichting te voorzien voor landen die het zich niet kunnen veroorloven te lenen van de IBRD. "Kredieten" van de IDA worden gegeven aan landen die een inkomen per hoofd hebben van minder dan $ 875, aan 0% intrest en met een tienjarige betalingstermijn.
Wereldhandelsorganisatie. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) beheert de handelsregels tussen landen. Overeenkomsten en regels worden opgesteld door de WTO-leden zelf. WTO-overeenkomsten garanderen bepaalde handelsrechten voor lidstaten. De overeenkomsten helpen producenten en dienstverleners, exporteurs en importeurs zo efficiënt mogelijk hun zaken te doen. Driekwart van de WTO-leden zijn ontwikkelingslanden, en het doel van de WTO is hun handelscapaciteiten en toegang tot de markt te verhogen, met het oog op het verhogen van de welvaart van de bevolking.